Includeren werkt (vaak) beter

Het is een illusie dat onze aanpak een panacee is voor álle transities. Interventies hangen immers sterk samen met de structuur van een sector. Maar in de herfst van 2017 zie ik de includeringsaanpak van Esther en mij wel héel goed uitwerken bij overheidsteams met een complexe agenda: die van agro-food.

De gaten zitten nog in mijn kaken – die week trok mijn orthodontist vijf kiezen – als we de complimenten in ontvangst mogen nemen. We hebben net twee verschillendsoortige teams sámen door onze masterclass Transitie & Positie gehaald.

‘Doel was stap één te zetten in het bij elkaar brengen van twee teams in visie, taal en vertrouwen. Eén team sterk in bewustmaking en concept-innovatie. Het tweede juist in uitwerking en juridische detaillering. Het resultaat is boven verwachting.’

‘Ik ben het steeds belangrijker gaan vinden deze denklijnen uit te rollen over de héle afdeling.’

‘We zouden onze hele organisatie, inclusief bestuurders, hier doorheen moeten halen.’

‘Jullie koppeling van individuele kwaliteiten aan transities is écht uniek.’

‘Ik ben écht heel blij met deze twee dagen. En niet alleen ik.’ 

In overleg met hun afdelingsleiders gaven we de twee groepen een korte versie van onze masterclass Transities & Positie. Met ieder voerden we eerst een gesprek. Elk deed een assessment online. Daarna gaven we een tweedaags programma met transitietheorie, persoonlijke karakters in tijden van transitie, onze praktijkervaringen van afgelopen jaren en hun eigen actuele kwesties, spelend in hun zeer dynamische politieke omgeving. Als toetje vroeg éen groep onze mening over hun organisatie-opbouw in het licht van de transities die gaande zijn in Noordwest Europa.

Wat ben ik blij dat Esther en ik vier jaar lang discussieerden en bléven doorontwikkelen. Wat ben ik blij dat mensen bij de provincie hun nek uitstaken voor ons. Het vergt moed om de fine fleur van een hyperdrukke organisatie tot een tweedaags programma te verleiden rond de zo jonge denklijn Transities & karakters. Het plaatje hieronder is één van gespreksonderleggers.

We geven onze masterclass niet alleen in-company. Ook jíj kunt je ervoor inschrijven. Bijvoorbeeld voor onze herfsteditie. We geven hem in Rotterdam op 1, 2 en 15 november. Daar gaat het over jou in jóuw sector.

Tot dan,
Harry


discussie-onderlegger transitieveld agro, TF

Confrontatie? Bouw eerst aan de relatie.


De kwaliteit van de relatie bepaalt de veerkracht bij een confrontatie          (foto Bjørn Brands)

Twee situaties zetten me aan het denken. Een persoonlijk vraagstuk van een coachee van mij en een felle tegenstelling over veehouderij in Brabant rond de kerst.

Mijn coachee zei ‘ik durf hem niet aan te spreken, maar hij gaat over mijn grens.’ Een éen op éen issue dus. Daarnaast véel Brabantse boeren die als door een adder gebeten reageerden toen een politicus – in hun ogen topdown en zonder overleg – een interventie afkondigde.
Het jaar 2016 had ik met een team het vuur uit de sloffen gelopen om de verhoudingen in Brabant rond de toekomst van de veehouderij naar zo’n niveau te krijgen dat alle betrokkenen mét elkaar in plaats van tégen elkaar de toekomst in wilden. Rond Sinterklaas zeiden velen dat dat gelukt was. Rond kerst al was de politieke crash echter zo hevig dat ik vreesde dat we weer terug bij af waren.

De vraag van mijn coachee leidde tot de vraag wanneer relaties confrontatie overleven:

  • Wanneer durf jij een confrontatie aan te gaan?
  • Wanneer doe je jezelf tekort uit angst voor de reactie van de ander?
  • Hoe leer je een confrontatie aan te horen, zonder de brenger van het ‘slechte’ nieuws als in een reflex terug te slaan?

Ik denk dat je confrontaties beter – eleganter, respectvoller, humaner – te boven komt als je daarvóor energie stak in de band met die ander. De kwaliteit van de relatie bepaalt de veerkracht tijdens een confrontatie.

En zou het zo zijn dat er een overeenkomst is tussen relaties op het niveau van twee mensen en de spanningen bij maatschappelijke vraagstukken met duizenden betrokkenen in een web van relaties?
Ik denk het wel.

Eind januari, na de crash, reisden Harry en ik boeren, burgers, milieuactivisten, ambtenaren en bestuurders af over de vraag hoe de transitie veehouderij in Brabant nu verder moest. Inhoudelijk waren er kleurverschillen. Maar als de ronde één inzicht opleverde was het dat de inspanning helemaal niet voor niets geweest was. Toen de bom barstte spuwden sommigen hun gal in de pers, maar waren anderen elkaar op persoonlijk niveau direct weer gaan opzoeken. De basis, de relatie die met zoveel inspanning was opgebouwd, hield stand. Ze lijkt de confrontatie aan te kunnen. De dialoog blijft doorgaan.

Daar is wel wat voor nodig. Iets wat in politieke situaties niet gemeengoed is. Naast de vertrouwensrelatie is het belangrijk dat sleutelpersonen hun verantwoordelijkheid begrijpen en nemen. Dat gebeurde in Brabant. Of zoals tijdens onze ronde één man zei “dat hebben we niet handig gedaan”.

Wat betekent dit alles voor jou, politicus of bestuurder?

Als je het belangrijk vindt dat veranderingen zich met zo weinig mogelijk schade voltrekken, dan adviseer ik je jouw boodschap persoonlijk te maken, verantwoordelijkheid te nemen voor de consequenties, open te luisteren, te proberen uit je standaard groef te blijven, rechtstreeks aan mensen van vlees en bloed terug te koppelen, niet eerst de pers op te zoeken, en emoties bij alle partijen te leren herkennen en te erkennen.

Dat vraagt lef en oefenen. Ik kwam die lef in de Brabantse dialoog tegen op alle niveaus. Het kan dus prima, ook in een zwaar-politieke omgeving. Ook bij een maatschappelijk schijnbaar onontwarbare kluwen.

Als je een keer hierover wilt sparren? esther@transitiefocus.com

‘Transities? Ach, het waait vanzelf over.’

‘Transities? Ach, het waait vanzelf over.’ Nou, dat is dus niet waar en niet slim, denken wij. Nederland zit in een turbulente tijd met veel gebieden die na elkaar in transitie gaan. Grondregels die stonden sinds WOII, wijzigen momenteel en IT gaat daar flink bovenop. Dus Landbouw, Water, Ruimte, Zorg, Bestuurlijke besluitvorming, Energie, Financiering, Asielopvang. Ze schuiven allemaal – sommige twintig jaar voorlopend op andere, maar ze zijn álle onderling verbonden. Niet verwonderlijk dat het schuurt, schrankt en piept in ons land. Maar we móéten wel, daar de basis anno nu heel anders is dan die in bijvoorbeeld 1945. Dus is bewegen onvermijdelijk. Soms met een sterke schok, soms met zwakke.

weerstandslide estherGaat één systeem in transitie, dan merken vele andere dat. Achteroverleunen, wachten tot het overwaait en luisteren naar de voor jou vertrouwde belangen? Het is geen optie. De jongste telg – Finance – koerst in sneltreinvaart op diversiteit in binnen- en buitenland. Terwijl gangbare spelers voor hun gevoel in een corset worden geregen, bloeien daarbuiten ontelbare initiatieven op, los van banken, los van euro’s zelfs: crowdfunding, lokale munten, ruilsystemen, peerby.

De schade voor je organisatie kán groot worden zijn als je niet op tijd meebeweegt. We zagen het eerder: in tien jaar kunnen de grootste systemen imploderen. De schade is dan niet alleen economisch. Dus: leider, naar wie luister je? Wie staat voor wat de samenleving nu zoekt? Hoe wendbaar ben je eigenlijk? Heb je goede mensen in huis om comfortably out of control ’ te kunnen zijn? En manager, wat heb jij nodig om oud en nieuw naast elkaar te kunnen laten bestaan?

In tijden van transitie zoeken mensen een goede plek om elkaar te ontmoeten. Waar, met focus op de gedeelde toekomst, ze kunnen bijdragen aan het nieuwe grote verhaal. Met oog voor afbouwen van oude routines zonder al teveel schade. Niet voor niets zegt het Afrikaans spreekwoord: ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder’.

Meer over wendbare organisaties en weerbare mensen? Bel!

Esther & Harry

Ambtenaar, jij bent aan zet

tumblr_mebowuq6ZR1r2d1ds

Participatie, participatiesamenleving, Het Nieuwe Werken, nieuwe bewonersinitiatieven. Transities als in de zorg, maar ook bij de ruimtelijke ordening, landbouw, energie, financiering, pfff. O ja, asielopvang. Gemeente-ambtenaar, je hebt véél op je bord nu. Niet alleen verwacht de wereld dat jij deze vernieuwingen naar inhoud en proces trekt, ook het in de lucht houden van ‘going concern’ blijft je taak. Dat betekent balanceren. Balanceren tussen oud en nieuw. Tussen zekerheid en risico’s van experimenten.

Van ons wat tips voor dit balanceren:

  • meteen de belangrijkste misschien: Ken jezelf! Ben jij van nature een vernieuwer of zorg jij er juist voor dat dingen gaan lopen? Val je bij onzekerheid terug op mensen en relaties of op inhoud en structuren? Krijg je je rol en plek helder die je wilt én kunt innemen in al deze overgangsprocessen? Wij kunnen je helpen daarbij;
  • maak een ‘inclusief’ verhaal waarin iedereen – voorlopers, supporters, meelopers én sponsors op afstand – zich gezien voelt. In tijden van transitie heeft ieder zijn rol, ook de conserverende karakters om je heen. Verbinden is een sleutel. Begrijpen wat hen drijft een tweede. Gezamenlijk zoek je de overgang van de oude ene naar de nieuwe andere systeemvariant;
  • creëer experimenteerruimte en maak simpele verantwoordingsafspraken die de energie niet doen stollen en toch de reguliere gremia geruststelt;
  • durf het een keer fout te doen. Van zijn 400 initiatieven maakte Richard Branson er slechts vier succesvol. Dat waren dan ook wel klappers. In tijden van transitie is een ondernemende houding passender dan een managende;
  • blijf communiceren over van alles en nog wat. Het is dé manier om in tijden waarin alles schuift ieder aan boord te houden én kwaliteit te vinden;
  • Je bent bezig met het zoeken van een systeemovergang en dat vraagt lichtvoetigheid en uithoudingsvermogen. Als dát je lukt word je met je collega’s een wendbare gemeenschap met weerbare mensen die tegen een stootje kan en kunnen.
  • Voor nóg meer tips en steun in tijden van transitie: bel ons.

Weerstand & Transitie

911946_43189350[1]

Ik spreek een wethouder.
Na zorgvuldige afweging is besloten de frequentie van de afvalinzameling aan te passen.
En nee, het wordt niet méér keer per week.
Burgers worden ingelicht, website aangepast en de nieuwe dienstregeling kan van start.
In week één krijgt de gemeente meer dan honderd telefoontjes met klachten & vragen. De ambtenaren schrikken zich rot en schieten in een kramp.
Wat doe je als verantwoordelijk wethouder?
Mijn wethouder blijft opmerkelijk rustig onder deze reacties. Hij legt zijn ambtenaren uit dat verandering altijd verwarring oplevert en gewenning vraagt. ‘Want over een half jaar evalueren we deze wijziging met elkaar. Tussendoor letten we natuurlijk wel op of er geen signaal tussen zit waar we direct actie op móeten nemen. Voorts laten we iedereen duidelijk merken dat we elke suggestie gehoord hebben en bijhouden.
Maar het op een rustige en communicatieve manier omgaan met de ‘boosheid’ en onze eigen paniekreflex is iets dat we moeten leren. We hebben een goed verhaal, maar zijn niet onfeilbaar natuurlijk. En vergeet niet dat we veel meer inwoners hebben die níet klagen’.

Ik vind dit in het klein een mooi voorbeeld van krachten die ook in grote transities loskomen. Je probeert een veranderpad zo goed mogelijk in te zetten en er ontstaat direct tegengeluid. Draag je eigen verhaal rustig en zelfbewust uit. Pareer, zeker in het begin, degenen die rauw en vanuit hun heup schietend online reageren. En geef de rest van de samenleving een tijdje om zich te herinstellen op de nieuwe werkelijkheid. Draag uit dat je niet onfeilbaar bent en dat je de tegengeluiden wel degelijk hoort.
Het rustig uithouden tegen de initiële weerstand, het steunen van elkaar op basis van een doordacht verhaal en het overbrengen van dat verhaal naar buiten is een grote succesfactor in het omgaan met maatschappelijke weerstand. Ook als het schaalniveau een orde hoger is.

Als je één hoekje van een samenleving wijzigt, kost het tijd totdat de rest zich herpositioneert tot alles weer klopt.

Transitiefocus is betrokken bij een zorginstelling in Noord-Brabant. Sinds 1 januari 2015 stijgt de druk daar natuurlijk sterk in het primaire proces door de nationale stelselomkering en de bezuinigingen. Nog maanden nadien is het nodig om alles aan elkaar te improviseren zodat geen zorgvrager tussen wal en schip valt. Deze druk dringt maandenlang het grote verhaal van de zorgtransitie naar de achtergrond. Trekkers en leiders die dáármee bezig zijn worden of opgeslokt door de waan van de dag of voelen zich plots eenzaam.

Op zo’n moment wordt het tijd voor het MT én de medewerkers om achter zijn trekkers en leiders te gaan staan.
‘Jazeker, 1 januari 2015 was een waterscheiding. Maar er is een veel grotere agenda gaande, ingezet al eind jaren 1970, die nog minstens twintig jaar voortduurt. Alleen als we doorlopend dat grote verhaal erbij vertellen, snappen mensen wat er gaande is en waarom we doen wat we doen.’ En zo komen de trekkers en leiders niet met een burn-out op de bank terecht, maar krijgen ze de plek en de ruimte die ze verdienen in de organisatie.
Een gezamenlijke veerkracht, een gezamenlijk op te bouwen verhaal zorgt dat je de tegendruk uit de buitenwereld zelfbewust en verstandig kunt pareren.
En soms is weerstand een teken dat je de juiste issues raakt: ‘het doet er toe’ gezien de reactie uit de samenleving.

Nederland is écht een ander land aan het worden.
En wijzelf nemen daar een stukje in voor onze rekening.
‘Wie doet er mee?’

Snowden & Veerkracht (column)

cached

De Volkskrant citeert Edward Snowden op 22 januari 2015: ‘Europese leiders voelen een verantwoordelijkheid om onze veiligheid te garanderen, maar hun reactie is fout. Hun antwoord is: méér staatsbemoeienis, mínder privacy en minder meningsuiting. Ze zouden moeten nadenken over manieren om meer veerkracht in onze samenleving te creëren’.

Wij steunen Edward hierin. In zijn lezing bij het afscheid van Mariet Paes, benoemde Harry de ‘weerbare mens’ in tijden van transitie.

‘Weerbare mensen en een wendbare samenleving’ –

een verlangen of bittere noodzaak

in tijden van deep change?

 

We zijn de afgelopen zestig jaar gewend geraakt zowat van alles uit handen te geven. Core competences heet dat op het laatst. Systemen kunnen op die wijze uiterst efficiënt worden ingericht. Core competence denken kan zolang ons vertrouwen in de ander en in de staat groot is en effecten van vernieuwingen vrij goed modelleerbaar blijven. Maar tijden veranderen nu snel. Veel systemen kraken en piepen en ze lijken niet langer aan te sluiten bij actuele vragen uit de samenleving van nú. Dat geldt voor de overheidsrol niet anders. Groepjes eigen–wijze burgers stropen mouwen op en werken zelf alternatieve oplossingen uit. Zo zijn wijzelf intensief betrokken bij een geldsysteem zonder banken en zonder rente.

Het is voorlopig niet duidelijk is wat de nieuwe grote ‘waarheid ’ wordt. Er zijn vele kiemen om de volgende stap op te enten. Als een land zo massaal op discontinuïteit koerst, als zoveel oude lijnen niet langer door te trekken zijn, dan zijn groepjes individuen weer aan zet.

Weerbare mens. Wendbare samenleving. ‘In tijden van transitie reis je licht’, roepen wij vaak. Op persoonlijk level. Op landsniveau. De weerbare mens die experimenteert, verenigt, kracht uitoefent met geestgenoten waar hij/zij het verschil kan maken. Die helder heeft in welke toekomstige wereld hij/zij wel en in welke hij/zij níet wil leven. Die open staat en nieuwsgierig is naar wat je met anderen kunt bewerkstelligen. Die dus licht reist zonder al teveel ballast. Die – nog zo’n kreet die we graag roepen – en die in deze tijden leert comfortabel ‘out of control’ te zijn.

Edward, wij vinden je roep om de weerbare mens en om veerkracht in onze samenleving helemaal zo gek niet. Wil je bij ons op cursus? We komen desnoods op locatie. Je kunt hier intekenen

 

Christensen, Robertson & transities (column)

Clayton Christensen wuift kritiek weg; Robertson helpt

 

Clayton Christensen is de auteur van het invloedrijke boek The Innovator’s Dilemma uit 1997. Wij vinden deze Harvard-econoom belangrijk voor transitiedenken. harvard press logoHij benoemt als eerste het fenomeen dat bekende, uitstekend geleide commerciële organisaties vernieuwers zien opkomen die opereren op een nieuwe grondwaarde. Hij beschrijft hoe de leiders de vernieuwingen zelf ook uitproberen maar uiteindelijk besluiten er niet fors in te investeren. Samen met hun marktonderzoekers en financiers beoordelen ze de vernieuwing als ‘inferieur presterend’. Ze draagt namelijk niet bij aan versteviging van de basiswaarde waarop de leidende organisatie(s) leidend werden. De nieuwkomers worden daarop met rust gelaten in een niche van de samenleving, alwaar ze hun kinderziekten te boven kunnen komen. Vervolgens gaan ze een groeicurve in die véél steiler loopt dan de groei van de leidende partijen. Uiteindelijk vagen de vernieuwers de oude leiders weg, zelfs op hun eigen grondwaarden. De leidende partijen intussen, ontwikkelen dóór op een spoor waarmee ze zichzelf loszingen van wat de rest van de samenleving eigenlijk van ze wil. Ze worden te duur, te gecompliceerd en missen aansluiting met de actualiteit. Ze imploderen tenslotte. Clayton noemt dit alles disruptive innovation. Het boek uit 1997 werkt dit uit voor technologie-georiënteerde ontwrichting. Later schrijft Christensen artikelen op hogere schaalniveaus. Velen weten hoe snel Kodak ten onder ging terwijl het concern kort ervoor nog meer dan 95% van de Amerikaanse foto-filmmarkt in handen had.

ManagementTeam schreef in juni 2014 over de jongste polemiek rond Christensen’s theorie. In een lang interview met Businessweek verdedigt Christensen zich op de kritiek op zijn theorie van ontwrichtende innovatie. Enkele maanden nadien fileerde Jill Lepore, professor Amerikaanse geschiedenis aan Harvard, de wereldberoemde theorie in een essay in de The New Yorker. Christensen reageerde weer door te stellen dat de ontwikkeling van een theorie een proces is: ‘Elk punt dat ze probeert te maken over ‘The Innovator’s Dilemma’ is behandeld in een later boek of artikel. Elk punt!’ Lepore rekent Christensen onder andere aan dat hij een verkeerde voorspelling deed toen de iPhone uitkwam. Hij dacht dat het een flop zou worden. Christensen: ‘Ik framede hem niet als een disruptie ten opzichte van de laptop, maar als een duurzame innovatie ten opzichte van Nokia. Ik heb dat gewoon gemist. En het heeft me geholpen bij de theorie, want ik moest erachter komen: wie ben je aan het disrupten?’

Christensen werd beroemd op de schaal van grote commerciële ondernemingen. Transitiefocus ziet zijn denkwerk echter ook als een sleutel bij transitie-interventies, dus ook op maatschappelijke schaal. Dit geldt zeker als we het combineren met het werk van de Nederlandse psychiater Peter Robertson. In artikelen als ‘How people contribute to growth curves’ en zijn boek ‘De Ecologische Leider’ stelt Robertson dat naarmate systemen ouder worden, leiderschapsposten worden bevolkt door andere karakters dan in het begin. Het zijn de karaktereigenschappen in late levensfasen van systemen samen met de interactie tussen top-executives en hun directe omgeving die ertoe leiden dat grote systemen imploderen.

Het fenomeen dat leidende organisaties zo’n moeite hebben met vernieuwingen op een andere grondwaarde dan waarop zijzelf leidend werden speelt een rol bij de hervormingen in de Zorg, in de Ruimtelijke Ordening, bij Bouw, Landbouw, Politieke besluitvorming, Energietransitie en andere sectoren en thema’s. Begrip van Christensen & Robertson relativeert de rol van die heersende organisaties in tijden van transitie. Pas als ook dáár besluitvormers begrijpen wat er gaande is in tijden van transitie en ze hun marketeers en financiers daarvan overtuigen en zo investeringsstromen weten af te buigen richting discontinuïteit, is er hoop op overleven. Zelfs voor grote organisaties.

 

Sparren hierover? Bel of mail ons. We komen ook bij je langs.

TF transparant S

Wij brengen orde in tijden van deep change

‘Bedrijven hebben verhalenvertellers nodig’, Cor Hospes (column)

de-verhalenverteller---

Verhalenverteller in bedrijven

Uitspraak van Cor Hospes in MT-online over content marketing: ‘Waar bedrijven mee moeten beginnen? Bij het begin, namelijk met de vraag wie je bent. Wat is je verhaal? Veel bedrijven weten niet wie ze zijn of waar ze voor staan’. Cor, helemaal met je eens, maar dat is niet alleen nodig voor content marketing. Ook bij ingrijpende veranderingen, transities, zijn verhalen belangrijk. Ze geven het kader. Ze schetsen een visie op de historie van het bedrijf of op de branche en de rol in de samenleving. Daarmee snappen mensen beter dat er gebeurt wat er nu gebeurt.

Verhalen brengen overzicht, geven ruimte voor emotie, verminderen weerstand, leggen (grotere) verbanden en bovenal: brengen hoop.
Wanneer wij met organisaties en bedrijven aan transities werken, dan maken verhalen daar altijd onderdeel van uit. Waar komt deze organisatie vandaan? Wat waren bepalende gebeurtenissen in de historie met grote invloed op de mensen, de cultuur of de dienstverlening? Wat verloren we uit het oog of waar moesten we afscheid van nemen? En kwam er (nieuw) bij? Wat zijn de waarden en de doelen waarmee we startten destijds zijn en hoe is de aansluiting op de behoeftes van nu in de samenleving?

Of je nu iemand het verhaal laat vertellen, zelf als leidinggevende de bühne op gaat of in werkgroepen het verhaal laat ontstaan en opschrijven: elke werkvorm die hier aandacht aan schenkt, geeft mensen steun in die verwarrende overgang van oude naar nieuwe situatie. Daarnaast laten we persoonlijke verhalen ontstaan waarin duidelijk wordt waarom iemand doet wat hij doet, waar zijn (haar) persoonlijke drijfveren liggen en wie hij nodig heeft om de klus te klaren. De verhalen werken aanstekelijk, nodigen uit en geven vertrouwen.

Een van onze opdrachtgevers, haar organisatie zit in het epicentrum van een transitie, zette op intranet haar persoonlijk verhaal van de held die op reis gaat. Mede door dit verhaal melden mensen zich aan om mee te werken aan de transitie die zich voltrekt. Een prachtig voorbeeld.

Wij helpen je graag bij het maken en vertellen van die verhalen in jullie organisatie. Als je met ons wilt oefenen komen wij bijvoorbeeld met een kader. Hoef je niet alles zelf te doen.

Bedrijf met transitiegenen. Kan dat? (column)

Globally operating familiebedrijf met transitiegenen. Kan dat? Yes!

Gisteren ging ik op de koffie bij een oud-deelnemer van onze leergang Transities, een medewerker bij een familiebedrijf met vestigingen in 25 landen. In 1967 werd de oprichter ziek van pesticides die hij gebruikte bij de teelt. Hij ging op zoek naar natuurlijke manieren van bestrijding om zo gezondheid niet langer te schaden. Dat lukte.
Deze missie werd de basis voor het bedrijf. Ze is nu door de directie in een nieuw jasje gestoken. De vernieuwde missie en doelen zijn gepresenteerd aan managers die vanuit de gehele wereld op het hoofdkantoor in Nederland op bezoek kwamen voor een feestelijke week. Met inspirerende lezingen, presentaties en verschillende activiteiten om elkaar beter te leren kennen.
Als start introduceerden de directeuren, middels hun persoonlijke verhaal, waar de nieuwe missie voor staat. Ze ligt dicht bij de startenergie: zorg voor gezond voedsel, gezonde mensen en een gezonde wereld met respect voor het ecosysteem van de natuur.

Waarom is mijn gesprekspartner zo enthousiast over deze week en de nieuwe missie?
En waarom vind ik dit een voorbeeld van een gezond bedrijf dat transitie én op waarden verbinden in de genen heeft?

Ten eerste daar zij het lef hebben een totaal andere koers te varen dan andere, veel grotere bedrijven in deze sector. Ze zijn allereerst waardegedreven en pas daarna winstgedreven. Dichter bij huis bewonder ik:

  • De missie is een nieuwe vertaling van de oprichter en spreekt mensen aan in het hart: hun wens een gezonde wereld achter te laten voor kinderen en kindskinderen;
  • persoonlijke verhalen van directie nodigen managers en medewerkers uit hun eigen verhaal te vertellen. In een workshop storytelling oefent iedereen met zijn eigen verhaal: waarom zit ik hier. Elkaars verhalen horen verbindt ook op emotionele lagen;
  • alle buitenlandse gasten van dit familiebedrijf schoven aan voor het diner bij medewerkers thuis en de avond daarop zaten ze aan de eettafel bij de directie thuis. Deze informele setting en gastvrijheid is een expressie van hun essentie: samen aan het werk;
  • de mensen staan open voor en zijn nieuwsgierig naar oplossingen die buiten de gebaande paden liggen;
  • conserverende en explorerende krachten in de directie houden het bedrijf in evenwicht. Intussen groeit de onderneming mee met wat er in de markt en in de sector gebeurt. Innovatie wordt geleidelijk als vanzelfsprekend in het productieproces opgenomen
  • de derde generatie is op her en der werkzaam in het bedrijf en is trots op waar ze voor staan. Zij waarborgt de continuïteit in betrokkenheid van de familie
  • er is nog steeds een ‘no nonsense’-cultuur en aanpak van de oorspronkelijke tuinders voelbaar en herkenbaar als je door de voordeur komt.

Dus:
– zolang de directie trouw blijft aan de oorspronkelijke drive,
– men alert is om regelmatig de toegevoegde waarde van het bedrijf naast de actuele behoeften en vragen uit de samenleving te leggen,
– en het bedrijf daar lessen uit trekt en zich aanpast,
voorzie ik een glanzende toekomst voor dit bedrijf en daarmee een gezondere wereld. Stiekem ben ik trots dat wij met onze leergang een kleine bijdrage leveren, getuige het trotse gezicht van de medewerker als hij over zijn bedrijf en zijn werkzaamheden vertelt en over de sporen die contact met ons bij hem achterliet.

Esther

 

TF transparant M

being comfortably out of control

Waarom haar initiatief kan slagen (column)

Ik sprak een collega die vol vuur vertelde over een bijzonder initiatief dat zij in haar regio is gestart. Ze bouwt aan een nieuwe samenleving. Harry en ik spreken vaak over de daadkracht die in transities weer bij mensen opkomt. Individuen die elkaar vertrouwen en samen nieuwe oplossingen zoeken en uitproberen. Zo zien we binnen gemeenten dat bestuurlijke vernieuwing niet van bovenaf (Rijk) komt, maar dat B&W en ambtenaren met burgers en bedrijven samen zoeken naar vormen waarin besturen en leven samenkomen. De gebiedscommissies in Rotterdam zijn hier ook een voorbeeld van.

Mijn collega wil de verschillende dorpskernen binnen haar gemeente tot elkaar brengen. Niet alleen jong en oud, niet alleen op zorg of economie, onderwijs of kunst, maar op allerlei terreinen, over leeftijdsgrenzen, dorpsgrenzen en organisatiegrenzen heen. Haar start is het in kaart brengen van de droom die inwoners hebben van hun leefomgeving en -gebied.

Ik zie zes redenen waarom haar dit gaat lukken:

  • geloofwaardigheid en legitimiteit: ze komt zelf uit de omgeving en heeft in de dorpskernen gewoond en gewerkt. Zij zette al eerder een grootschalig project op en maakte dat tot een succes;
  • passie: haar droom van deze nieuwe samenleving is aanstekelijk en inspireert vele toehoorders;
  • geduld: de tijd die zij zichzelf gunt is rekbaar, ze zal organisch meegroeien en beweging stimuleren. Ze hangt haar eigen geluk niet op aan het slagen van dit initiatief;
  • individueel commitment: ze vraagt mensen op persoonlijke titel mee te doen;
  • simpel: het hele plan is op drie A4-tjes in beeld gebracht;
  • ‘stickyness’ ofwel hoge aandachtsgraad: veel organisaties en instituties in de omgeving zijn net als zijzelf op zoek naar een nieuwe aanpak. Daardoor kijken ook zij over hun grenzen en zijn ze bereid hun werkveld te herdefiniëren.

Ze wordt een baken, iemand die ergens voor staat en dat voelt de omgeving. Het wachten is nu op de eersten die óók de dam overgaan. De eerste samenwerkingspatronen. De eerste welwillende journalisten. De eerste maatschappelijke supporters. Het eerste succes.

Esther