Transitiefocus werkt met ambtenaren aan hun rol in tijden van transitie

Berichten

Tijdsgeest of zwak bestuur?

Het is een jaar of vijftien, twintig terug, dat er bij beleidskringen op rijksniveau breed de overtuiging heerste dat één van de bestuurslagen waterschap of provincie op overlijden stond. Een mix van die twee met misschien wat Rijkswaterstaat erbij kon decentrale taken prima aan en dat zou een hoop administratieve kosten en bestuurlijke drukte schelen.

Zelf heb ik de bron hierachter nooit kunnen aanwijzen. Ik sluit niet uit dat het een prachtig in die tijd passende, collectieve vernieuwingsdroom was, zo-eentje waar innovatiesocioloog Latour over schrijft in zijn vroegere werk, die zich nestelt in menig hoofd en die zo logisch lijkt dat maar weinigen er vragen over stellen.

Tot er dingen spaak lopen en dat liepen ze en het had ongedachte consequenties voor ieders positie.

Er dienden zich problemen aan met een groeiende meningenstrijd die vroeg of laat niet in Den Haag beslecht zou worden, maar gewoon op de grond tussen buren en hun gemeente, op daken en parkeerterreinen tussen perceeleigenaren en omwonenden, in weilanden en boerenschuren tussen boeren en hun provincie, in stroomgebieden tussen landschapsbeheerders, weer die provincie en een waterschap. Ik denk aan de zorgtransitie, de energietransitie, de problemen in de zuid-Nederlandse landbouw en het keren van de schrikbarend dalende biodiversiteit. Je kunt dit verhaal ook verdedigen voor de bodem in Groningen waar Den Haag lang niet wist wat te doen.

Het lukte het rijk niet om met overtuigend beleid te komen. Van dichtbij merkte ik hoe de frustratie decentraal opliep omdat Den Haag min of meer verlamd toekeek terwijl aan alle kanten een transitienoodzaak groeide.

Nu weet ik best dat je kunt verdedigen in een transitie niet voorop te willen lopen als land. Soms wil je collega-naties de kooltjes van de vernieuwing uit het vuur laten halen omdat dat goedkoper lijkt. Soms zijn er afschrijvingen die je liever even tempert. Soms hebben mensen tijd nodig om afscheid te nemen van een geliefd imago dat niet langer vol te houden is. Voor het rijk leek de transitieverlamming echter geen bewuste tactiek. Het communiceerde haar in elk geval niet als zodanig.

Ik weet óók dat de lamlendigheid niet overál speelde. Rond de digitale infra, bankencrisis en veiligheid was Den Haag wél wakker, speelde het zijn partij tussen de andere en deed het wat er het moest doen: reflecteren, beleid maken, besluiten nemen en bijstellen waar nodig.

Op transitiedomeinen waar Den Haag dook, trok (een deel van) de rest Nederland zijn eigen plan. Gemeenten en provincies rekten hun juridische grenzen op om toch in beweging te kunnen komen. Inkomsten uit verkochte nutsbedrijven werden uit handen van den haag gehouden om tegen de landelijke wens in wél te investeren in natuurkwaliteit. Decentraliseren van RWS werd gecounterd door mensen die dat levensgevaarlijk vonden voor onze droge voeten en veiligheid.

Het bleken niet de waterschappen en provincies wier lot bezegeld was. Den Haag zelf was over zijn top heen. Europa wijst op veel transitiedossiers de richting. Decentrale overheden zoeken met hun partners uit hoe er in de praktijk gewandeld kan worden. Den Haag kijkt ernaar en sputtert als het blijkt te moeten tekenen bij het kruisje.

Een organisatie is gelegitimeerd zolang ze helpt een probleem op te lossen. Du moment dat ze daarmee ophoudt, is er weinig reden om alle fuzz die ze nu eenmaal met zich meebrengt elke dag weer te verdragen. Zo is ook de organisatie Nederland ontstaan. Er was een tijd dat ze er niet was. Er zal een tijd aanbreken dat het tot een historisch relikwie is teruggezakt. Het zou me niet verbazen als we daar al vroege tekenen van aanschouwen.

Deze tekst verscheen eerder in MilieuMagazine van februari 2019.

Wat bindt ons? Nou niks!

Een reorganisatie vier jaar geleden. De nieuwe structuur haaks op de vorige – een structuur die beter past bij de veranderende omgeving.
Maar bij dit team werkt het niet. De mensen voelen zich geen team. Er is verwarring over de thuisplek. Ze zijn hier al lang mee bezig. De vorige externe begeleiding gaf het op. Er is inmiddels boosheid, frustratie, onmacht, scepsis en onverschilligheid.

Tijdens twee sessies vertellen de mensen wat ze allemaal doen en hoe dat soepel, dwars door de organisatie heen, eigenlijk prima verloopt. Wij horen passie, energie, samenwerken, eigenaarschap, resultaten en expertise.
In onze woorden: ‘het gaat dus eigenlijk heel goed met jullie. Wat is nu het probleem?’
‘We weten niet wat ons bindt’. Mij ontvalt de zin: ’Nou, niets als ik het zo hoor, dus stop er mee om daar naar te zoeken’.

Dit levert een ontlading op. De zoektocht naar de definitie en identiteit was een energy drain. De opluchting is voelbaar.

Harry en ik vervolgen. ‘Misschien zijn jullie geen team, jullie zijn wel een groep bevlogen professionals die veel beter dan nu elkaar onderling kan inzetten. De diversiteit op inhoud en proces is groot. De kwaliteit hoog. Je bent een prachtige mix van AEM-Cube karakters en hebt samen alles in huis om elk succesvol te laten worden. Maar dat vraagt wel om huiswerk’.

We gebruiken in gedachten de matrix van Labinjo als we zeggen: ‘Ken je de verwachtingen van het management over jullie eigenlijk? Weten zij wat jullie van hen verwachten om je werk te kunnen doen? Wat verwachten jullie onderling van elkaar? En wat verwacht je van jezelf?’

Vragen waarmee de groep wel aan de gang wil. Het verdiepingsteam vormt  zich spontaan en verbaasd en blij loopt het team de zaal uit. Dat het zo gemakkelijk was.. Tot volgende keer.

Lokale transitie levert resultaat op!

Loyaal aan een transitie – start bij jezelf

Irritatie en frustratie klinkt door in zijn woorden en vragen. Duidelijk dat de spreker diep geraakt is door het spel van de andere partijen afgelopen weken. Als de ambtenaar de vragen beantwoordt, dempt dat de boosheid maar ten dele. Ook híj is loyaal aan de ruimte en richting die het provinciebestuur hem geeft.

Ik overzie de groep mensen aan tafel. Ieder worstelt met de combinatie van eigen geweten, eigen droom en visie en de droom, visie en handelen van zijn organisatie. Deels is dat gesneden koek: de meesten opereren al jaren in een politieke omgeving op een gevoelig dossier. Maar ondanks dat deze mensen elkaar persoonlijk zijn gaan waarderen afgelopen jaar, zie ik dat het in het heetst van de strijd niet makkelijk is om in gesprek te blijven, om open te luisteren en elkaar te blijven ontmoeten. De wil is er wel. De tegenkrachten zijn echter groot.

2017 09 06 19.59.43 1024x768 - Loyaal aan een transitie - start bij jezelf

De Beweging, Reusel – De Mierden, 2017

Is het de druk vanuit de instituties? Is de persoonlijke band (nog) niet sterk genoeg om politieke polarisatie te counteren? Of zijn de belangen nu te zeer verschillend om tot gedeelde toekomstbeelden te komen? Want de ‘reis naar het zuiden’ gaat meer samen dan men dacht, het samen opwandelen ondanks alles vanzelfsprekend.

Intussen bewonder ik de moed en veerkracht die elk laat zien aan tafel om steeds weer over schaduwen en blokkades heen te stappen. Om het lange-termijn-toekomstbeeld dat hen kan binden in deze transitie te blijven omarmen, al is de dagelijkse werkelijkheid nog zo hardnekkig, stom en zijn er vele communicatieve uitglijers.

In een ander gesprek die week zei iemand “ik ben gestopt het persoonlijk te nemen en begonnen het persoonlijk te maken”. Voor mij gaat het uiteindelijk daarom. Daarom wil ik groepen maken waarin mensen met elkaar tot grootse transities komen. Ik blijf steeds weer meedoen.

En dat geldt ook voor Harry.
Esther

de ideale ambtenaar....

Ambtenaar, jij bent aan zet

tumblr mebowuq6ZR1r2d1ds 300x224 - Ambtenaar, jij bent aan zet

Participatie, participatiesamenleving, Het Nieuwe Werken, nieuwe bewonersinitiatieven. Transities als in de zorg, maar ook bij de ruimtelijke ordening, landbouw, energie, financiering, pfff. O ja, asielopvang. Gemeente-ambtenaar, je hebt véél op je bord nu. Niet alleen verwacht de wereld dat jij deze vernieuwingen naar inhoud en proces trekt, ook het in de lucht houden van ‘going concern’ blijft je taak. Dat betekent balanceren. Balanceren tussen oud en nieuw. Tussen zekerheid en risico’s van experimenten.

Van ons wat tips voor dit balanceren:

  • meteen de belangrijkste misschien: Ken jezelf! Ben jij van nature een vernieuwer of zorg jij er juist voor dat dingen gaan lopen? Val je bij onzekerheid terug op mensen en relaties of op inhoud en structuren? Krijg je je rol en plek helder die je wilt én kunt innemen in al deze overgangsprocessen? Wij kunnen je helpen daarbij;
  • maak een ‘inclusief’ verhaal waarin iedereen – voorlopers, supporters, meelopers én sponsors op afstand – zich gezien voelt. In tijden van transitie heeft ieder zijn rol, ook de conserverende karakters om je heen. Verbinden is een sleutel. Begrijpen wat hen drijft een tweede. Gezamenlijk zoek je de overgang van de oude ene naar de nieuwe andere systeemvariant;
  • creëer experimenteerruimte en maak simpele verantwoordingsafspraken die de energie niet doen stollen en toch de reguliere gremia geruststelt;
  • durf het een keer fout te doen. Van zijn 400 initiatieven maakte Richard Branson er slechts vier succesvol. Dat waren dan ook wel klappers. In tijden van transitie is een ondernemende houding passender dan een managende;
  • blijf communiceren over van alles en nog wat. Het is dé manier om in tijden waarin alles schuift ieder aan boord te houden én kwaliteit te vinden;
  • Je bent bezig met het zoeken van een systeemovergang en dat vraagt lichtvoetigheid en uithoudingsvermogen. Als dát je lukt word je met je collega’s een wendbare gemeenschap met weerbare mensen die tegen een stootje kan en kunnen.
  • Voor nóg meer tips en steun in tijden van transitie bel je ons.